Deze spier ligt bovenop de rug, tussen de twee delen van de latissimus dorsi (de grote rugspier). Het loopt door naar de schouders, waar het zich nesteld tussen de delta spieren en de nek spieren (sternocleidomastoideus). De functie is om de gehele schouder gordel omhoog en omlaag te brengen (elevatie en depressie), om het hoofd te draaien en om de schouderbladen naar elkaar toe te brengen (schouder retractie). Om deze bewegingen mogelijk te maken, heeft de trapezius een drie-voudig vezelverloop. De vezels aan de bovenkant van de trapezius lopen richting de nek en zorgen voor het optillen van de schouder (oefening : shrugs). De vezels in het midden van de spier (die horizontaal lopen) zorgen voor het naar elkaar toebrengen van de schouderbladen (oefening : roeien). De onderste vezels lopen naar beneden en zorgen voor de depressie van de schouder (oefening : lat pulldown machine).
Een kanttekening moet geplaatst worden bij het trainen van de trapezius. Door het overmatig trainen van -voornamelijk de bovenkant van- de trapezius, kan de spier dermate gaan groeien (hypertrofiëren), dat de zenuwbundels (die door de spieren heen lopen) afgekneld kunnen worden en dat de doorbloeding verslechterd wordt. Dit kan zorgen voor nekpijn en voor pijnuitstralingen naar bijvoorbeeld het gezicht.
Vezelverloop Trapezius
Aan de rechterkant kunt een u uitvergrote afbeelding van de trapezius zien. De trapezius is omlijnd (als een vlieger) met blauwe lijnen. In de vlieger ziet u -aan de rechterkant- drie blauwe lijntjes lopen, die ieder een vezelverlooptype voorstellen. Het bovenste vezelverloop zorgt voor het optrekken van de gehele schoudergordel. Het middelste vezelverloop zorgt voor het naar elkaar toetrekken van de schouderbladen en het onderste vezelverloop zorgt voor het naar beneden trekken van de gehele schoudergordel.